19 juli 2021

KNIELEN VOOR TOMAAT

 Tomaat moet je leren kennen. Wil je ooit iets in de keuken voorstellen dan moet je een diepe buiging maken voor de tomaat. Nee, ik ga het niet hebben over honderden soorten tomaten, vleestomaten, trostomaten (wat een onzin alle tomaten zitten aan een tros) of kerstomaatjes. Nee, gewone bio-tomaten uit de super zijn goed genoeg, zijn eigenlijk al te nobel voor ons  volk.

Wij eten biefstuk morgen. Ik heb er al twee liggen. Ik hou van de echte grasmaak van Iers vlees. Ja, dat proef je, zelf uit het vacuüm plastic uit de supermarkt. 

Even tussendoor dan. Je haalt de biefstuk ruim voor je die wilt eten uit de koelkast. Ik spreek over een halve dag minstens. En uit het plastic. Dep even droog. Leg op een rustplaats. Heel goed is bijvoorbeeld een bamboe plank. Goed schoon te maken en de plank zuigt niet aan het vlees. Vlak voordat je het vlees wilt gaan bakken, boter, natuurlijk boter, echte Reinmelkse boter, zoek je de diepste koe-achtige geluiden die je maar kan voortbrengen. Je loeit. Je loeit diep en vol overtuiging. Je zorgt ervoor dat de trillingen van het loeien in het vlees vibreren. Tegelijk dank je de koe die per slot een heerlijke groene weide in Ierland heeft moeten verlaten om nu in jouw keuken tot afronding te komen. Denk daarbij aan kleine zwarte koeien. En niet aan de melkpakhuizen die je in Nederland ziet lopen. 

Gelukt? Neem dan gerust een slok whiskey extra en dan gaan we nu masseren. Ja, kneed het vlees weer in de vorm waarin het afgesneden is. Dat is niet moeilijk, je ziet het snel. Kneed ook warmte  in het vlees, kneed het los, kneed het zacht. Zo, nu heb je een biefstuk die straks zijn oorspronkelijke smaak afgeeft. Dat doet zo’n  ineen gedrongen stuk vacuümvlees beslist niet. 

Boter goed heet? Nee, je zoekt het maar uit met je biefstuk, ik ga je niet meer vertellen hoe je biefstuk bakt, dat weet je nou zo onderhand wel.

 Nee, wat je nu uit de koelkast haalt is tomaat. Tomaat die je de dag van te voren in blokjes hebt gesneden. Samen met de zaadjes maar zonder de kroontjes. Tomaat waar je zout en walnotenolie bij hebt  gedaan, en zwarte peper. Liefst Javaanse peper. In de oude koffiemolen gemalen maar weinig kans dat je die echt gaat kopen, jullie blijven nu eenmaal wie je bent. Jammer. 

Goed, daarna een paar druppels groene tabasco, een paar druppels appelazijn, druppels!, en doe het in een blauwe schaal, zo’n glazen blauwe schaal van vroeger omdat het zo mooi is  en leg er iets zwaars op. 

Giet op de dag dat je je biefstuk gaat beloeien, masseren en bakken het vocht af in een steelpannetje. Helder vocht. Duw zachtjes en  zie of er nog wat vocht uitkomt. Zeef het vocht.. Zet nu dat pannetje op een laag vuur en laat het heel, heel zachtjes inkoken. Liefst met een stoomdeksel er op, zo’n deksel met een gaatje. Zodat je druppels ziet terug vallen en wat stoom ziet ontsnappen. Geen idee wanneer, kijk er naar en je ziet wanneer,  maak je een halve theelepel maizena aan met wat water. Meng er een beetje tomatenvocht bij en dan alles terug ik het tomatenvocht. Het moet net, net een tikje gebonden raken. 

Heb je die biefstuk eindelijk af? Heb je het wit van echte bosui gesneden, dunner dan je eigen haar en dat door de overgebleven tomaat de gedaan? Walnoten er door, wat extra walnootolie? Ja? Echt? Mooi zo, dan kan je nu gaan serveren. Wat je er nog bij wilt, het kan me niet schelen als het maar geurende witte rijst is. Haal de biefstuk uit de boter, vuur hoog, scheut water erbij. Beetje zout en peper. Dat is jus en die gaat over de rijst. En de tomatensalade eet je erbij en over de biefstuk schep je voorzichtig wat van je zo zorgvuldig gemaakte tomatenvocht. En na een hapje al, zal je naast de tafel knielen en zachtjes loeien van vreugde. Je hoort nu bij de uitverkorenen, je bent een stapje dichter bij de ziel van tomaat gekomen. 

 

 

09 juli 2021

Gentleman’s Relish

 De avond dreigt met zware donderslagen maar ik weet al dat de tempest ergens bij Breda haar ergste heeft achtergelaten. Dat soort dingen weten we vandaag, deze dag. De merels weten het ook en ze worden helemaal gek van die ene lijster die steeds hun patroon doorbreekt en met een veel lager beginnende pentatoniek, waarbij die trouwens rare glissandi niet uit de weg gaat.
Oh, moet het over eten gaan? Vertel mij dan eerst maar eens wat een gentleman is en hoe een  vrouwelijke versie daarvan heet. Weet je het? In dat hele gebrekkige Engels komen ze niet verder dan female. Nou, dan en dan hebben wij tenminste heer en dame maar in Engeland moet echt al flink wat hebben gedaan om Dame te worden. Vreemd land dat door collectieve achterlijkheid de plug eruit heeft getrokken en binnenkort in de Noordzee verdwijnt.

Hoewel, het zal u en mezelf verbazen maar dan zwem ik er heen om ze te redden want in Engeland maken ze Marmite en Gentleman’s Relish.  Patum Peperium werd het ook wel genoemd en het stamt uit 1828 en het is een abominatie. Een vervorming van de smaak. Het is ontstaan uit de tijd dat de gentleman nog in quarters was, bij een dame, meestal weduwe, inwoonde. Zie Mrs Hudson van Sherlock Holmes en dr John Watson. Ze hadden een vierkant van het huis, later werd quarters de gevangenis, nou ja, dat snap ik ook wel.

Slapen jullie al, heerlijk, dan gaan we door met de mensen die echt wat willen leren.

In een Engelse supermarkt trof ik een potje Gentleman’s Relish. Relish is een condiment. En condiment is een geconsenteerde smaakpasta die aan het eten wordt toegevoegd en vaak als essentieel onderdeel daarvan wordt beschouwd. Ja, ja, goed gedaan, Tomatenketchup! Dat was ooit relish van champignons en een enkele tomaat. En toen lieten ze opeens de champignons weg er werd het tomatenketchups, een soort intense zoetstof die op de wereldlijst van verboden goederen zou moeten staan. Mosterd is een condiment, hoewel een condiment meestal uit meerdere grondstoffen bestaat. In Nederland kennen we geen mosterd meer, helaas, ondanks het feit dat de Blauwe Bedrieger zijn bestaan aan mosterd heeft te danken,  hebben ze hun Zaanse variant geschikt voor babyvoedsel gemaakt. Mosterd hoort  geweld en drastisch doorzetten te zijn. Daar kweek je mannen mee! Mosterd is minstens Colman’s.

Terug naar 35 jaar geleden en mijn eerste potje Gentleman´s Relish. Ik denk dat ik het in een Ierse winkel kocht, want daar kwam ik vaak. Ieren zijn gek genoeg om Engelse dingen te eten.

Het is een onooglijk potje, past zo in je zak. Het is een pasta van ansjovis. Je eet het heel simpel, op warme toast waar je heel veel boter op hebt gesmeerd. En dan voel je je een Oxford-student of een verstrooide professor die vergeten is eten te kopen, of een groot schrijver, die hebben nooit wat te eten. Maar ze hebben altijd oud brood, een toaster en boter. En Gentleman’s Relish. En Marmite en Colman’s voor het geval ze ergens een stuk koude doorgebakken rosbeef vinden. In het kader van van alles van de laatste tijd verwacht ik dat er snel een Dame’s Relish op de markt komt, en dan hoop ik toch dat die pakvol horseradish oftewel mierikswortel zit. Alleen voor echte Dame’s.

 Ik heb een mierik in mijn tuin. Maar tuingod Norbert Mergen zelf, van MergenMetz.nl  waarschuwde me voor een afschuwelijke dood als ik dat zelf ging raspen in de keuken.

Wat wil ik nou eigenlijk zeggen met dit heel verhaal? Nou, dat Gentleman’s Relish erg lekker is op toast en Marmite ook. En dat beide producten stammen uit de tijd dat heren hun quarters hadden bij verder keurige weduwevrouwen op stand in Londen. En mocht je op vakantie in het perfide Albion geraken, vergeet dan niet een potje mee te nemen, voor dat typisch Britse gevoel waar we toch zo van houden. Fijn weekeind.

06 juli 2021

ALS HET ALTIJD ZOMERS WAS

We dachten ook dat het zomer was maar het goot en de ramen werden zelfs binnen nat. Alle beelden uit de vensterbank  en handdoeken erop om het droog te houden. Tussen hier en de slager drie keer mijn jas uit en aan. Nee, niet echt, maar het was dan weer warm, dan weer koud. Er stond opeens  een westerstorm maar de molenaar maalde en zo lang de molenaar maalt is er geen bezwaar. Pas als de molenaar de molen stilzet ben je echt in gevaar. De molen heeft in de afgelopen een paar keer in rouwstand gestaan. Dan staan de wieken net door het midden. Zo  zag iedereen dat er een sterfgeval was. Er waren veel sterfgallen in het dorp, er zijn veel oude mensen en er was veel corona. Ook dat gaat door je heen tijdens die kleine wandeling, dan weer zomer, dan weer regen, telkens anders.


Na de molen komt de slager. Bert is een echte slager, en hij lacht graag. Je gaat er graag naar binnen. Ik had opeens trek in schnitzel. Hoe kan dat nou, schnitzel? Ik eet nooit schnitzel. Maar nu leek het me een geweldig ingeving. Bert riep dat die graag schnitzels voor me wilde maken en trok het kalfsvlees al uit de vitrine. Maar het was een bescheiden dag geen uitbundige dag. Ik nam twee varkensschnitzels maar dan wel blozend van de bil. En wat reuzel. Bij de deur hoorde ik Bert nog wat zeggen: “Heerlijk met champignonroomsaus.” En opeens ontrolde het diner zich voor me. Dat gaat zo bij mij, het is zoeken en voorproeven in het hoofd en opeens weet ik het. Mevrouw mijn vrouw dieëteert. Dat vraag om weinig van het een en veel van het ander en ik doe mijn best maar het wordt toch altijd iets er tussenin.

Ik zag dus de champignonroomsaus voor me en de courgette gestoofd in wijn en boter. En de schnitzels, gebakken in reuzel en roomboter. Moet ik dat uitleggen? Nou, ik vertel er wat bij en de rest weet je zelf wel. Champignons bak je tot ze weer droog zijn. Dus voorbij het rubberstadium tot  net bruin aan de buitenkant. Natuurlijk zat daar een fijn gesnipperd sjalotje bij. En wat basilicum en peper, paradijspeper omdat het zo lekker is, en toen op het laatste beetje uit een fles cognac van jaren geleden en de vlam er in en dan ben je blij. Zo gaat dat. Blussen met room, even op laten komen en wegzetten. De room wordt vanzelf dikker, vlak voor het serveren een klein beetje zout nog en even warm maken.

Schnitzel bakken dat kan je of je kan het nooit. Spaar de reuzel niet, en blus die met een stuk roomboter als de reuzel misschien te heet is geworden. Dat stuk roomboter mag er sowieso bij, voor de lol al en omdat we nog leven. Op keukenpapier leggen als de schnitzel schnitzel is.

Courgette in stukjes, in wat boter een beetje kleur geven, blussen met ruim witte wijn en veel citroensap en met de deksel schuin op de pan stoven. Laat gaan tot de wijn, boter en het citroensap als een stroopje zijn.

“Kijk, als het nou altijd zonnig zou zijn, hadden we dit niet gegeten,” dacht ik toen ik de schalen de schotels op tafel zette. Dat was nauwelijks een behoorlijke gedachte, ik heb er echt wel betere gehad. Mevrouw mijn vrouw zei: “Schnitzels? Jij maak nooit schnitzels…” en ik wist me in goed gezelschap. Het was geen diepzinnige dag, maar  wel genieten. Het zal niet lang duren voordat die van kalfsvlees op tafel staat.

 

05 juli 2021

UIT HET VAGEVUUR

 

Het kwam hard aan. Keurig al een keer gevaccineerd en toch Covid. Binnen een week een longontsteking erbij, smaak en geur kwijt en nog een lange sleep nabranders. Ik voelde me in het vagevuur. Het vagevuur is ook al heet hoor, niet zo heet als de hel maar om nou te zeggen: het vagevuur valt wel mee, nee! Oh, voor de totaal ontkerkten onder ons, het vagevuur was de hel voor kleine zondaars. Zelfs voor onschuldige zondaars. Je kon als levende gelovige kleine zondaars uit het vagevuur bidden. Bij ons in de kerk werden de oudere misdienaars, acoliet genoemd. Iemand die, gekleed in een lange toga met daaroverheen een kortere witte superplie, de priester assisteert tijdens de (zondagse) mis of bij een begrafenis, huwelijksvoltrekking of doopsel in een katholieke kerk.

Tegenover de kerk woonde heel oude mensen die een zoon hadden verloren, zo heette dat, die was dus overleden, ze waren hem niet ergens kwijtgeraakt. Er stonden overal foto’s van hem in huis. Als ze mij voorbij zagen fietsen, werd er hard op het raam geklopt. Of ik even binnen wilde komen en samen met ze zou willen bidden. Ik was per slot van rekening acoliet en dat hielp echt beter dan het gebed van de koster. Dus ik bad ernstig mee. Ze maakten er flink werk van. Dus hij moest echt uit het vagevuur worden gebeden. Vragen naar wat hij nou eigenlijk had gedaan, durfde ik niet. Want voor je wist ging het weer over de oorlog.

Waar gaat dit heen? In ieder geval het vagevuur uit. Want zo voelde ik me. Geen smaak, geen geur, blaffen als een hond en iedere normale functie werd op de proef gesteld.

Het eerste wat ik rook was groentesoep. Of althans ik rook de bittere geur van doorgekookte groentesoep. Ik zeg niet wie dat had gedaan, ik was er niet bij, ik lag boven maar alleen mijn vrouw was thuis. Groentesoep die lang staat te koken wordt heel naar. Terwijl in aan de rand van vagevuur lag, bedacht ik hoe het eigenlijk ook alweer moet. Zal ik het nog een keer vertellen? Waar haal je groentes vandaan? Nou, dat doet er niet toe, als het maar vers is. Zelf snijden, heel goed. Een vers zakje halen, het mag ook. Ik word mild na een tijdje branden.  Bleekselderij, prei, selderijblad, wortelen, bloemkool, broccoli, taugé, ui, paprika, tomaten, sperziebonen, erwten, knolselderij en bosui. Zoek maar wat uitHet ligt eraan welke groentesoep je gaat maken.

Goed, doe een klein, klein beetje vet, boter of olie in een hoge pan en kiep er de helft van je groentes in. Zet aan, oftewel, laat een klein beetje bakken, roeren, nog een beetje, tot je huis geurt. Dan mag er nu bouillon bij. Zes uur getrokken van botten is prima, maar een beetje slager heeft dat tegenwoordig al voor je gedaan. Nee, niet die potjes met die zoute een beetje van-meuk. Er zijn ook prachtige rundvleesblokjes, maar het is even zoeken. Ik vind altijd lekkere in de Ekoplaza of aanverwante winkels. Hoeveelheden, ach je weet het zelf wel. Die bouillon breng je aan de kook en dan draai je het vuur terug tot de bouillon rond de 90 graden hangt. Niet koken, zelfs niet pruttelen. Ruim een uur. Na dat uur, zeven. Gooi alle groentes weg. Die zijn leeg! In een andere pan zet je de rest van de groente aan. Inmiddels, daar heb je tijd zat voor gehad, heb je soepballen gedraaid. Van half-om-half gehakt, vers uit de slagersmolen. Alleen aanmaken met een beetje zout, een beetje peper en wat druppels worcestersaus. Doe de ballen in de bouillon, en de vers aangezette groentes ook, en breng aan de kook. Laat blub,-heel lang niets-blub garen. Dat gaat sneller dan je denkt. Maximaal 20 minuten. Zo en nu heb je groentesoep. Met een kommetje daarvan ga je naar je geliefden in het vagevuur en ze lopen zo met je mee, jouw hemel in...

Er moeten mensen zijn geweest die van me houden want langzaam kwam ik de hitte uit en op een koele dag liep ik weer buiten. De smaak en geur waren terug. Het verstand en geheugen verstopten zich nog en ik weet waarachtig niet hoever ze terug zijn. Maar wat je niet weet, weet je niet, toch? Blij dat ik weer bij jullie ben! 

30 mei 2021

JE HEBT NOOIT NIETS

 Ja, voor mij is dat gemakkelijk te zeggen, altijd wel iets ergens in een kastje in de keuken, maar wat doe je ermee? Met die dingen die je vindt. Want dat is koken, iets doen met de dingen die je in de keuken en de tuin vindt. 


Mag ik eerst even klagen. Over ons. En hoe wij kruiden en specerijen gebruiken?  Die Hollandse halve theelepels. Waarom smaakt van alles in allerlei buitenlanden zoveel lekkerder? Omdat ze daar royaal kruidenmixen en specerijen en tuinkruiden gebruiken. Daar willen ze niet tot hun 90ste op de fiets door Drenthe fietsen, daar willen ze samen aan tafel en als het tegenzit stikken in een veel te hete rode peper. 

Ik heb in het vroege voorjaar korianderplanten gekregen. En dat je daarvan grote plukken snijdt, warm geworden in de zon en die om je stukje schapenkaas vouwt en zo je smaak een klein beetje meer onsterfelijk wordt.

Er was dus niets en een eter die maar weinig mag. Het leven kan tegenzitten. Maar ik vind een pakje bieten. Al gekookt. Gauw in dikke plakken. Op de ovenschaal. De oven staat inmiddels geweldig te loeien, heet mag zijn het daarbinnen. Drie grote Spaanse pepers, het kan meezitten. Niets aan doen, zo op de schaal. Courgette halveren ofzo. En het Brussels lof natuurlijk even doorhalen, in de lengte. Leg met de snijwonden naar boven op de ovenschaal. Neem de  ras el hanout, uit een grote bus die binnen drie maanden leeg hoort te zijn en strooi eetlepels ervan over de lof. Verdrink de lof dan in olijfolie. Voor de courgetten gebruik je een opwindende gele curry, en de bieten volstaan met karwijzaad en grof zout. Die ingesneden tomaten komen bijna om in de gedroogde basilicum. Kloek, kloek, olijfolie er over en de oven in. Na een half uur eens iets draaien. Hier of daar. Nog een minuut of tien, misschien een kwartier. Op tafel die plaat en met een BBQ tang de groentes verdelen. Ja, klopt, het is niet eerlijk, ik had ook gauw de Bastard buiten aangedaan. En daarop kippendij lapjes die dik door de Sotokruiden van Jonnie Boer waren gehaald. Telkens als het vlees als wat gaar werd naar de koude zone gelegd, waarop ik een berg salie had klaarliggen. Rusten op warmte salie!

En dat allemaal op tafel en je ruikt leven, je proeft andere landen en je raakt even in een eettrance. En dat gun ik jullie ook zo graag. Niet zo benepen! Leef. En kruiden, voortaan per dessertlepel, minstens.  Als iemand nog weet hoe groot die eigenlijk zijn. Geniet! 

22 mei 2021

TOMATENLUST



Je wilt niet weten hoe een moestuin op kleigrond er uitziet na een maand onophoudelijk regen. De klei is zo dik dat mevrouw Wilbrink er kopjes van kan draaien, die je na het bakken en glazuren nog kan gebruiken ook.  Klei is eigenlijk bergslib. In klei voor het servies zit nauwelijks organische stof, alleen maar “gemalen” berg. Niet alle planten vinden het lekker in de klei want klei is of te droog en gebarsten of te nat en de wortels slibben dicht, daar helpt geen pilletje van de dokter tegen. Ideaal is net een beetje te droog weer en dan met liters vers getapte Kromme Rijn de boel een beetje slurpig houden.

Ik ben er nieuw en heb een stukje land gekregen dat enige zorg behoeft. Oftewel het stikt van de onuitroeibare onkruiden. Er wachten mij lange jaren met de knieën in de slijk voordat het een klein beetje beter wordt, en heel veel voorstellingsvermogen. Van een lieve dorpsgenoot kreeg ik een tentje. Het staat op het land en het waait telkens bijkans weg. Ik heb er een paar bakken in staan. In die bakken zit bio-aarde met klei erdoorheen gemengd en daarin staan nu kleine tomatenplantjes. Met een touwtje dat aan een stokje aan de ene kant in de grond zit en de andere kant boven aan de top van het tentje is vastgemaakt. Vier van die tomaten kunnen potentieel van die gigantische vleestomaten opleveren. Coeur de Boeuf, hart van de os, kan je je een mooiere naam voorstellen? Stel je voor, je houdt zo’n tomaat in de hand en opeens voel je de machtige samentrekking van het ossenhart.

Nog eens keek ik naar het land waar wat sla zijn best doet en bedacht wat ik toch met die grond aan moet. Dan maar naar de bio-winkel. Ik kwam in Driebergen terecht. Met de vier kleine plantjes in gedachten was het eerste wat ik zag een bak met Harten van den Osch. Meteen twee gekocht en met mijn ziel vol tomatenlust ook een klein blikje bio-tomatenpuree en een flesch  gezeefde bio-tomatensaus. En even later struikelde ik over bio-spekjes en een zakje bio-basilicum waarvan de huisvoorraad onlangs was opgebruikt.

En nu opgetogen naar de keuken.

Als je tegenwoordig een betoog met goede raad houdt, heet dat opeens een college. Dus bij deze nogmaals een college ui bakken. Intrinsiek  verbonden aan een college tomatensaus, omdat het hart in deze de geest moet volgen.

Volg mij: snij de uitjes ragfijn, later wil ik slechts een herinnering ervan en geen rauwe brokken in de mond. Verhit wat olijfolie. Doe de uitjes daarbij.  Wacht tot de uitjes de neiging tot kleuren krijgen en doe er een eetlepel rode wijn bij. Het zal even sissen. Wacht tot je weer het geknetter van de olie hoort. Meteen weer een eetlepel rode wijn. Alweer wachten, nu sta je klaar om op het omslagpunt van volledige verdamping van de wijn een scheutje kraanwater toe te voegen. Hoeveel tijd is er nu vergaan? Er vergaat geen welbestede tijd, begrijp dat nu eens. Tijd winnen op eten koken dat is vergane tijd, tijd gebruiken om beter te koken is gewonnen tijd. Uilskuikens! Maar goed tot dit punt ben je een klein kwartiertje bezig. Je mag tussendoor de postelein die je in de tuin hebt geknipt en de bieslook vast wassen.

De spekjes erbij. Nee, niet bij de sla, in de pan. Nu gebeurt er iets prachtigs. De spekjes bevatten vocht, dat vocht wordt warm in het hete uienwater en treedt uit en verdampt samen. De geur is waanzinnig, meteen als je de eerste geluiden van vetgeknetter hoort doe je de basilicum erbij. Het kruid zuigt het laatste vocht op en geeft zijn gezegende koninklijke smaak af. Zout erbij, en zwarte peper. Ja, zoveel als je denkt dat je voor de hele saus nodig hebt. Nu de tomatenpuree erbij. Bakken, uitspreiden op de boden, weer verzamelen, weer uitspreiden. En ja, hoor, daar gebeurt het, de zuren maken plaats voor de suikers die door het bakken zijn wakkergemaakt. De boemboe voor tomaat is klaar.  Giet die fles tomatensaus erbij. Deze is van uitstekende kwaliteit, geen zout en prut, alleen tomaat. Roeren, proeven. Kook wat spaghetti, liefst wat grof van keiharde tarwe. Klaar?

Nee, hoor, snij des osschen herte in plakken, hier en daar een korrel zout, alweer zwarte peper en daarover gestrooid de bladeren van de postelein. Liefst met hier en daar een wit bloemetje. Apart aangemaakt met olie en azijn (appelazijn en dikke boterachtige zuidelijke olijfolie). Dan de fijn gehakte bieslook, natuurlijk met de mooie paarse bloem apart.

Dan en alleen dan pas mag u wat mij aangaat ter tafel. En geniet van het hart van de tomaat terwijl de regen langs de ramen loopt.

20 mei 2021

Klei met spinazie

 Het glibberige kleiland heeft spinazie laten groeien. Van die stevige met bladeren in hartvorm. Ook wel wilde spinazie genoemd, maar dat zijn verkooppraatjes. Niets wilds aan. En als ze al wild zouden doen, lagen ze zo op hun snufferd zo glad is het in de klei, dit voorjaar. 


De planten stonden er nog, gezaaid door de vorige tuinder en groeiden prachtig uit, ondanks mijn bemoeienis. En er was sla. Het lijkt op eikenbladsla maar deze plantjes kwamen weer van Mergen/Metz en die zal hieronder wel schrijven of het eikenblad of iets nog heel veel bijzonderders was. 

Ui snipperen. Aanzetten met een beetje boter. Maar nu opletten, uien hebben tijd nodig. Meer tijd nog. Dus even boteren tot je een klein bruin randje ziet. Nu een scheutje water erbij. Schepje milde kerrie erbij. Laat gaan tot je de boter weer hoort knetteren. Als je er kol in hebt mag je er nog eens een scheutje water bij doen. Tot de ui echt zacht is. Nu de gewassen en grof gehakte spinazie erbij. 

Er belde een meneer. Die meneer heeft een Kroatische vrouw, bedacht ik me na het gesprek. Toen herinnerde ik me dat ik ooit in Kroatië de lekkerste vermout dronk die ik ooit had. Die smaakte naar vers geplukte kruiden van de berghelling. Dus een scheut vermout, een beetje zoet deze van Jan Beek, erbij. Gelukkig heel veel echte smaak. Ja, kerrie en vermout, niet zeuren, vooral niet zelf denken, gewoon doen. 

Ach en verder is het zo simpel. De eik aanmaken met appelazijn en olijfolie, beetje zout, veel verse zwarte peper. Stukjes blauwe kaas. Oh, citroensap vergeten. 

Klop de eieren los. Drie per persoon. Met een scheut melk. Giet in een pan met hete boter. Bedek een kant met warme spinazie, rasp nog even met een beetje citroen. Klap dicht. Mag binnenin nog net een beetje smeuïg zijn. Dan op een warm bord serveren met sla en beetje zout en peper er over en natuurlijk wat fijngehakte verse platte peterselie. Heerlijk zo’n tuin.

Na het eten zag ik mevrouw W even zuchten. Ze keek naar het aanrecht. De klei zat overal!!  Opeens herinnerde ik me de wijze raad van de tuinder voor me. Zet een emmer met water buiten om de ergste klei er was af te spoelen. 

Maar ze zei dat het zo lekker was dat ze het graag deed, de boel opruimen.  Ik heb toch maar even geholpen.