30 augustus 2021

De geliefde Boerenwitte

Nu de herfst zo tegen ons aanschuurt, de bbq’s doven en de haardvuren al aangaan, is het misschien tijd om even te kijken naar de weelde, de weelde van het land. De weelde komt niet uit meer maar uit de zachte voltooiing van een oprecht verlangen. 


Vijf jaar geleden proefde ik voor het eerst de Dubbele Boerenwitte pruim. Boerenwitte!  Geen gecultiveerd meisje, zoals de altijd nuffige Reine Claude dat haar jeugd tot aan de eeuwigheid wil rekken, nee, een schuchtere meid van het land, die even in schoonheid vlamt en dan met kracht en oneindige liefde de hoeve verder bouwt. De dubbele Boerenwitte is de oudste beschreven pruim van Nederland. Niet door een Nederlander, nee, door een Zweedse fruitkenner die hierheen was gestuurd om te kijken wat er eventueel in zijn vaderland wilde groeien. 

De smaak van de dubbele boerenwitte is intens, maar alleen op het juiste moment. Je plukt haar niet in de morgen, want daar is ze huiverig voor, nee, in een gulle warme middag, een uur of drie misschien en dan vallen je haar rondingen op, vol sla je je hand om haar kont en zuig je lippen aan haar mond. En op de juiste dag geeft ze je dan eerst een zachte zoete overwinning en daarna een frisse kruidige tinteling van de smaak van het land waarop je haar hebt veroverd. 


De dubbele boerenwitte is door de telers verschopt, want ze kan haar land niet worden afgedragen. Ze kan alleen rijp worden geplukt en ze overleeft geen gebuts in een kar op weg naar een veiling. Ze is een boerendochter en geen slaaf van de teler of de supermarkt. 

Er staat een dubbele boerenwitte in onze tuin. Op het zuiden. Het duurde vijf jaar, en dit jaar opeens, tot het laatst verborgen, zag ik opeens haar vruchten van groen naar geel kleuren en in de verte een zacht blosje krijgen. 

Haar wortels voelen zich eindelijk thuis.  Op de laatste zomerdag mocht ik haar plukken. Even kijken, even aarzelen en dan in een wilde klompendans het pad op. Dat is ze, haar van de foto. De echte smaak.

16 augustus 2021

Zomerse Andijviestamppot


En dan is de andijvie goed op het land. Een dringend advies, wordt vrienden met een volkstuinpersoon, zo een die zomerdagen lang op de knieën over het land kruipt en daar ongewenste plantjes weghaalt en waardoor onder andere de andijvie tot een mooie krachtige struik uitgroeit. Volkstuinpersonen zetten altijd veel en veel te veel andijvie op het land, wat in het voordeel van alle vrienden is. De andijvie komt bij een diepe vriendschap iedere week, bij een pilsje af en toe eenmaal in de maand. Telen ze op zand weinig slakken, of op de klei, vol slakken.

Op een regenachtige dag vertel ik je onder genot van een echte borrel graag nog eens hoe je andijvie schoonmaakt. Vanaf de emmer naast de achterdeur tot aan het kraakvaste groen rustig uitlekkend in het grote geëmailleerde vergiet dat je nooit weg moet doen ook al roesten de gaatjes een klein beetje. Jij roest zelf ook al aardig maar kan vast nog wel een rondje mee.

Goed, de aardappels, even wassen en doorsnijden en de pan in. Direct afgieten wanneer ze zich laten prikken. Afhankelijk van het jaargetijde wrijf je de velletjes er af. Jonge velletjes altijd laten zitten. Puree maken, betekent nog meer boter bij de aardappels dan je fatsoenlijk vindt. En daarna stampen. Met de aardappelstamper. Als het op puree begint te lijken met een grote vork erdoor en krachtig roeren, lucht er in slaan. Ja, en je zult zien dat er nog wat volle melk bij kan ook.

Tijd voor een uitstapje. Koriander wordt volkomen ten onrechte als een louter exotisch kruid gezien. En veel en slecht gegeten. Je hebt gewoon een flinke bos koriander in de je keukentuin staan en daarvan knip je vanaf het voorjaar blad dat je tussen al je broodjes propt. Geen spoor van zeep en andere vuige beschuldigingen aan het adres van dit nobele kruid. Vers, harteloze zeepproever, vers is koriander fris en tintelend. En opeens staat het mooie kruid in bloei en verdroogt en er hangen kleine bolletjes aan en die noemen we dan ketoembar en daar doen we ook heel moeilijk over. Maar het zijn de mooiste smaakversterkers die je maar kan bedenken.

Men neme de oude coffijemolen. En een handje zeezoutbrokjes. En korianderzaad en Java lang peper dat opeens long pepper heet en wat gedroogde oregano (geen idee waarom maar doe het) en malen. Nu heb je het smakelijkste zout ter wereld. Mooier kan helemaal niet. De test is een gebakken eitje en een beetje van dit zout.

Waar waren we? De puree. Breng op smaak met het heerlijkste zout ter wereld. Meng nu je puree met de andijvie. Tot er bijna geen andijvie meer in de puree kan. Meng er het vet van de spekjes bij. De spekjes bovenop en doorsteek nu de andijviepuree als een musketier met echte knakworsten. Liefst van de slager, nooit uit blik.

Ja, ik maak het af in stijl. Een allemachtige hoop geraspte kaas er over en met de fijne rasp de schil van gedroogde limoen (krijg je vanzelf als je teveel limoen koopt en die op een luchtige plek laat liggen) en schuif het geheel tot het zalig ruikt in de hete oven.

Dit mijn geliefde vrienden is vaderlandse kost met echte vriendschap.

Nodig voor zomerandijvie:

Grote stronk andijvie

Vastkokers

Spekjes, uitgebakken in het vet

Knakworsten

Boter

Melk

Zout, gemalen met echt korianderzaad en Java long pepper en gedroogde oregano.

20 juli 2021

KRUISBES VAN TANTE TIL

 We hadden een tante en die heette Tante Til. Dat is een naam voor een gedichtje op de jaren 50 en dat was precies wie Tante Til was. Een gedichtje, een poëzieplaatje. Ooit had ze vuurrood haar gehad, nu maakte de kapper het misschien nog roder dan ooit. Haar haar zat altijd goed en precies. Tante Til was van het goud, dat stond goed bij het rood. Tante Til had een gouden bril die aan een gouden kettinkje kon hangen en gouden broches op een gouddraad mantelpakje. Tante Til was heel erg aardig. Ze zorgde voor haar ouders die al vroeg in hun leven in het zwart op een stoel terecht waren gekomen.

Tante Til zorgde ervoor dat haar grote familie vrijwel iedere zondag naar het grote huis kwam. De vele neven en nichten gingen dan vissen. Vissen met een magneet op hun kop. Uit een karton dat op tafel stond. Je werd soms door ouders of pleegouders zo van de tafel gesleept als je moest bewijzen nog bruiner dan de bruinste neef te zijn geworden en wel in het Natuurbad en niet eens aan de Spaanse kust. Nou ja, ik vond het een bezoeking van jewelste en kon nooit wachten tot die gezellige middagen voorbij waren. Hoewel een aantal van die nichten waren best mooi om naar te kijken maar voor dat al was ik ook nog eens veel te jong. 

Tante Til had om het huis met de oma en opa in het zwart op de stoel een groot grasveld. In de auto er naartoe, het was precies vijf minuten lopen maar we moesten er met de auto heen, of er vandaan, hoorde ik zeggen dat het een wonder was, zo’n mooi grasveld, en nog wel op bosgrond. Alsof het iets heel ergs was, waar je later voor in de hel kwam. Aan de randen van het grasveld was een poging tot een moestuin gedaan. Ik denk dat het de bedoeling was dat die oma en opa op die stoel in het zwart daar iets hadden moeten doen, maar dat deden ze niet. Als afscheiding stonden er bessen en bovenal kruisbessen. Klapbessen noemden de onnozelen om me heen het. Ik wist allang dat het kruisbessen waren, ik hoorde nog wel eens wat daar in de auto. Ik denk dat vruchtdragende kruisbessen op bosgrond ook al een zondig wonder waren. 

De neven en nichten werden op mooie dagen ongeveer na een uur vrij gelaten. We mochten dan joelen en springen op het perfecte gras, hoewel we daarbij voorzichtig dienden te zijn. Kortom je stapten voorzichtig rond tot we de kruisbessen, ook wel klapbessen genoemd, ontdekten. Drie struiken waarvan er een berstens vol. Na een volgende er een tweede en een derde en met ruim tien neven en nichten bleven er precies vijf bessen hangen. Dat leek ons ruim genoeg voor Tante Til en haar ouders, in het zwart, op de stoelen. Niemand sprak er ooit nog over. 

Hoe lekker dat was? Rijpe kruisbessen? Er zitten altijd mensen te zeuren over snot, en hard, maar precies rijpe kruisbessen duw je met je tong tegen je verhemelte en dan ontploffen ze en vullen je mond in een tel met smaak. Zachte lieve smaak. Niet te zoet, kruidig, plantig, het velletje geeft als je later kauwt een heel eigen smaak. Harder ja, een randje zuur, wat je alweer naar de volgende doet verlangen. 

Later, veel later zat ik eens op een feestje naast Tante Til. Dat was fijn, je hoefde eigenlijk nooit wat te zeggen, ze vroeg hoe het met je ging, dan zei je goed, en dan was het al gezellig. Ze ging dan wat dichterbij je zitten en luisterde naar de gesprekken in de kamer. “Vindt u kruisbessen lekker?” vroeg ik. Ze wist het meteen. Ruim tien jaar later. “Er zijn er later nooit meer zoveel aangekomen,” antwoordde ze en zuchtte. “Ik keek uit het raam, en het ging te vlug, jullie leken wel een nest spreeuwen. Ik wilde nog roepen,’ alleen de rijpe plukken’, je kan zo’n buikpijn krijgen van onrijpe kruisbessen.” En ze staarde in de verte, en keek tegelijk glimlachend naar de mensen in de kamer. Mijn vraag had ze niet beantwoord. Maar mijn nieuwsgierigheid wel. 

Ik nam me voor om ter ere van haar altijd een kruisbes in de mijn tuin te hebben, maar het kwam er nooit van. Ik schreef over kruisbessen en de telers die ze niet meer willen telen. En over de perfecte kruisbes. Er is nog eens teler die zegt wel 150 rassen te hebben. Mijn belofte aan Tante Til zal ik nu echt spoedig eens nakomen. 

Oh, ken je Koken op Hout? Emilie van der Woerd van KokenOpHout in Asch? Ik wel. Ze schreef trots op haar Facebookpagina dat ze jam had gemaakt en daar stonden heel wat potjes. Onder andere kruisbessenjam. Kruisbessen!!! 

Dat bleek maar om twee potjes te gaan maar één ervan staat op mijn tafel (de schat) en ik weet het niet meer. Ik ben ten prooi aan meerkeuzigheid. Nu open maken? Straks? Morgen, in de herfst, met de Kerst? Ik zie nog hele bessen zitten. Dat je je tong er tegen duwt en dat je dan… 


19 juli 2021

KNIELEN VOOR TOMAAT

 Tomaat moet je leren kennen. Wil je ooit iets in de keuken voorstellen dan moet je een diepe buiging maken voor de tomaat. Nee, ik ga het niet hebben over honderden soorten tomaten, vleestomaten, trostomaten (wat een onzin alle tomaten zitten aan een tros) of kerstomaatjes. Nee, gewone bio-tomaten uit de super zijn goed genoeg, zijn eigenlijk al te nobel voor ons  volk.

Wij eten biefstuk morgen. Ik heb er al twee liggen. Ik hou van de echte grasmaak van Iers vlees. Ja, dat proef je, zelf uit het vacuüm plastic uit de supermarkt. 

Even tussendoor dan. Je haalt de biefstuk ruim voor je die wilt eten uit de koelkast. Ik spreek over een halve dag minstens. En uit het plastic. Dep even droog. Leg op een rustplaats. Heel goed is bijvoorbeeld een bamboe plank. Goed schoon te maken en de plank zuigt niet aan het vlees. Vlak voordat je het vlees wilt gaan bakken, boter, natuurlijk boter, echte Reinmelkse boter, zoek je de diepste koe-achtige geluiden die je maar kan voortbrengen. Je loeit. Je loeit diep en vol overtuiging. Je zorgt ervoor dat de trillingen van het loeien in het vlees vibreren. Tegelijk dank je de koe die per slot een heerlijke groene weide in Ierland heeft moeten verlaten om nu in jouw keuken tot afronding te komen. Denk daarbij aan kleine zwarte koeien. En niet aan de melkpakhuizen die je in Nederland ziet lopen. 

Gelukt? Neem dan gerust een slok whiskey extra en dan gaan we nu masseren. Ja, kneed het vlees weer in de vorm waarin het afgesneden is. Dat is niet moeilijk, je ziet het snel. Kneed ook warmte  in het vlees, kneed het los, kneed het zacht. Zo, nu heb je een biefstuk die straks zijn oorspronkelijke smaak afgeeft. Dat doet zo’n  ineen gedrongen stuk vacuümvlees beslist niet. 

Boter goed heet? Nee, je zoekt het maar uit met je biefstuk, ik ga je niet meer vertellen hoe je biefstuk bakt, dat weet je nou zo onderhand wel.

 Nee, wat je nu uit de koelkast haalt is tomaat. Tomaat die je de dag van te voren in blokjes hebt gesneden. Samen met de zaadjes maar zonder de kroontjes. Tomaat waar je zout en walnotenolie bij hebt  gedaan, en zwarte peper. Liefst Javaanse peper. In de oude koffiemolen gemalen maar weinig kans dat je die echt gaat kopen, jullie blijven nu eenmaal wie je bent. Jammer. 

Goed, daarna een paar druppels groene tabasco, een paar druppels appelazijn, druppels!, en doe het in een blauwe schaal, zo’n glazen blauwe schaal van vroeger omdat het zo mooi is  en leg er iets zwaars op. 

Giet op de dag dat je je biefstuk gaat beloeien, masseren en bakken het vocht af in een steelpannetje. Helder vocht. Duw zachtjes en  zie of er nog wat vocht uitkomt. Zeef het vocht.. Zet nu dat pannetje op een laag vuur en laat het heel, heel zachtjes inkoken. Liefst met een stoomdeksel er op, zo’n deksel met een gaatje. Zodat je druppels ziet terug vallen en wat stoom ziet ontsnappen. Geen idee wanneer, kijk er naar en je ziet wanneer,  maak je een halve theelepel maizena aan met wat water. Meng er een beetje tomatenvocht bij en dan alles terug ik het tomatenvocht. Het moet net, net een tikje gebonden raken. 

Heb je die biefstuk eindelijk af? Heb je het wit van echte bosui gesneden, dunner dan je eigen haar en dat door de overgebleven tomaat de gedaan? Walnoten er door, wat extra walnootolie? Ja? Echt? Mooi zo, dan kan je nu gaan serveren. Wat je er nog bij wilt, het kan me niet schelen als het maar geurende witte rijst is. Haal de biefstuk uit de boter, vuur hoog, scheut water erbij. Beetje zout en peper. Dat is jus en die gaat over de rijst. En de tomatensalade eet je erbij en over de biefstuk schep je voorzichtig wat van je zo zorgvuldig gemaakte tomatenvocht. En na een hapje al, zal je naast de tafel knielen en zachtjes loeien van vreugde. Je hoort nu bij de uitverkorenen, je bent een stapje dichter bij de ziel van tomaat gekomen. 

 

 

09 juli 2021

Gentleman’s Relish

 De avond dreigt met zware donderslagen maar ik weet al dat de tempest ergens bij Breda haar ergste heeft achtergelaten. Dat soort dingen weten we vandaag, deze dag. De merels weten het ook en ze worden helemaal gek van die ene lijster die steeds hun patroon doorbreekt en met een veel lager beginnende pentatoniek, waarbij die trouwens rare glissandi niet uit de weg gaat.
Oh, moet het over eten gaan? Vertel mij dan eerst maar eens wat een gentleman is en hoe een  vrouwelijke versie daarvan heet. Weet je het? In dat hele gebrekkige Engels komen ze niet verder dan female. Nou, dan en dan hebben wij tenminste heer en dame maar in Engeland moet echt al flink wat hebben gedaan om Dame te worden. Vreemd land dat door collectieve achterlijkheid de plug eruit heeft getrokken en binnenkort in de Noordzee verdwijnt.

Hoewel, het zal u en mezelf verbazen maar dan zwem ik er heen om ze te redden want in Engeland maken ze Marmite en Gentleman’s Relish.  Patum Peperium werd het ook wel genoemd en het stamt uit 1828 en het is een abominatie. Een vervorming van de smaak. Het is ontstaan uit de tijd dat de gentleman nog in quarters was, bij een dame, meestal weduwe, inwoonde. Zie Mrs Hudson van Sherlock Holmes en dr John Watson. Ze hadden een vierkant van het huis, later werd quarters de gevangenis, nou ja, dat snap ik ook wel.

Slapen jullie al, heerlijk, dan gaan we door met de mensen die echt wat willen leren.

In een Engelse supermarkt trof ik een potje Gentleman’s Relish. Relish is een condiment. En condiment is een geconsenteerde smaakpasta die aan het eten wordt toegevoegd en vaak als essentieel onderdeel daarvan wordt beschouwd. Ja, ja, goed gedaan, Tomatenketchup! Dat was ooit relish van champignons en een enkele tomaat. En toen lieten ze opeens de champignons weg er werd het tomatenketchups, een soort intense zoetstof die op de wereldlijst van verboden goederen zou moeten staan. Mosterd is een condiment, hoewel een condiment meestal uit meerdere grondstoffen bestaat. In Nederland kennen we geen mosterd meer, helaas, ondanks het feit dat de Blauwe Bedrieger zijn bestaan aan mosterd heeft te danken,  hebben ze hun Zaanse variant geschikt voor babyvoedsel gemaakt. Mosterd hoort  geweld en drastisch doorzetten te zijn. Daar kweek je mannen mee! Mosterd is minstens Colman’s.

Terug naar 35 jaar geleden en mijn eerste potje Gentleman´s Relish. Ik denk dat ik het in een Ierse winkel kocht, want daar kwam ik vaak. Ieren zijn gek genoeg om Engelse dingen te eten.

Het is een onooglijk potje, past zo in je zak. Het is een pasta van ansjovis. Je eet het heel simpel, op warme toast waar je heel veel boter op hebt gesmeerd. En dan voel je je een Oxford-student of een verstrooide professor die vergeten is eten te kopen, of een groot schrijver, die hebben nooit wat te eten. Maar ze hebben altijd oud brood, een toaster en boter. En Gentleman’s Relish. En Marmite en Colman’s voor het geval ze ergens een stuk koude doorgebakken rosbeef vinden. In het kader van van alles van de laatste tijd verwacht ik dat er snel een Dame’s Relish op de markt komt, en dan hoop ik toch dat die pakvol horseradish oftewel mierikswortel zit. Alleen voor echte Dame’s.

 Ik heb een mierik in mijn tuin. Maar tuingod Norbert Mergen zelf, van MergenMetz.nl  waarschuwde me voor een afschuwelijke dood als ik dat zelf ging raspen in de keuken.

Wat wil ik nou eigenlijk zeggen met dit heel verhaal? Nou, dat Gentleman’s Relish erg lekker is op toast en Marmite ook. En dat beide producten stammen uit de tijd dat heren hun quarters hadden bij verder keurige weduwevrouwen op stand in Londen. En mocht je op vakantie in het perfide Albion geraken, vergeet dan niet een potje mee te nemen, voor dat typisch Britse gevoel waar we toch zo van houden. Fijn weekeind.

06 juli 2021

ALS HET ALTIJD ZOMERS WAS

We dachten ook dat het zomer was maar het goot en de ramen werden zelfs binnen nat. Alle beelden uit de vensterbank  en handdoeken erop om het droog te houden. Tussen hier en de slager drie keer mijn jas uit en aan. Nee, niet echt, maar het was dan weer warm, dan weer koud. Er stond opeens  een westerstorm maar de molenaar maalde en zo lang de molenaar maalt is er geen bezwaar. Pas als de molenaar de molen stilzet ben je echt in gevaar. De molen heeft in de afgelopen een paar keer in rouwstand gestaan. Dan staan de wieken net door het midden. Zo  zag iedereen dat er een sterfgeval was. Er waren veel sterfgallen in het dorp, er zijn veel oude mensen en er was veel corona. Ook dat gaat door je heen tijdens die kleine wandeling, dan weer zomer, dan weer regen, telkens anders.


Na de molen komt de slager. Bert is een echte slager, en hij lacht graag. Je gaat er graag naar binnen. Ik had opeens trek in schnitzel. Hoe kan dat nou, schnitzel? Ik eet nooit schnitzel. Maar nu leek het me een geweldig ingeving. Bert riep dat die graag schnitzels voor me wilde maken en trok het kalfsvlees al uit de vitrine. Maar het was een bescheiden dag geen uitbundige dag. Ik nam twee varkensschnitzels maar dan wel blozend van de bil. En wat reuzel. Bij de deur hoorde ik Bert nog wat zeggen: “Heerlijk met champignonroomsaus.” En opeens ontrolde het diner zich voor me. Dat gaat zo bij mij, het is zoeken en voorproeven in het hoofd en opeens weet ik het. Mevrouw mijn vrouw dieëteert. Dat vraag om weinig van het een en veel van het ander en ik doe mijn best maar het wordt toch altijd iets er tussenin.

Ik zag dus de champignonroomsaus voor me en de courgette gestoofd in wijn en boter. En de schnitzels, gebakken in reuzel en roomboter. Moet ik dat uitleggen? Nou, ik vertel er wat bij en de rest weet je zelf wel. Champignons bak je tot ze weer droog zijn. Dus voorbij het rubberstadium tot  net bruin aan de buitenkant. Natuurlijk zat daar een fijn gesnipperd sjalotje bij. En wat basilicum en peper, paradijspeper omdat het zo lekker is, en toen op het laatste beetje uit een fles cognac van jaren geleden en de vlam er in en dan ben je blij. Zo gaat dat. Blussen met room, even op laten komen en wegzetten. De room wordt vanzelf dikker, vlak voor het serveren een klein beetje zout nog en even warm maken.

Schnitzel bakken dat kan je of je kan het nooit. Spaar de reuzel niet, en blus die met een stuk roomboter als de reuzel misschien te heet is geworden. Dat stuk roomboter mag er sowieso bij, voor de lol al en omdat we nog leven. Op keukenpapier leggen als de schnitzel schnitzel is.

Courgette in stukjes, in wat boter een beetje kleur geven, blussen met ruim witte wijn en veel citroensap en met de deksel schuin op de pan stoven. Laat gaan tot de wijn, boter en het citroensap als een stroopje zijn.

“Kijk, als het nou altijd zonnig zou zijn, hadden we dit niet gegeten,” dacht ik toen ik de schalen de schotels op tafel zette. Dat was nauwelijks een behoorlijke gedachte, ik heb er echt wel betere gehad. Mevrouw mijn vrouw zei: “Schnitzels? Jij maak nooit schnitzels…” en ik wist me in goed gezelschap. Het was geen diepzinnige dag, maar  wel genieten. Het zal niet lang duren voordat die van kalfsvlees op tafel staat.

 

05 juli 2021

UIT HET VAGEVUUR

 

Het kwam hard aan. Keurig al een keer gevaccineerd en toch Covid. Binnen een week een longontsteking erbij, smaak en geur kwijt en nog een lange sleep nabranders. Ik voelde me in het vagevuur. Het vagevuur is ook al heet hoor, niet zo heet als de hel maar om nou te zeggen: het vagevuur valt wel mee, nee! Oh, voor de totaal ontkerkten onder ons, het vagevuur was de hel voor kleine zondaars. Zelfs voor onschuldige zondaars. Je kon als levende gelovige kleine zondaars uit het vagevuur bidden. Bij ons in de kerk werden de oudere misdienaars, acoliet genoemd. Iemand die, gekleed in een lange toga met daaroverheen een kortere witte superplie, de priester assisteert tijdens de (zondagse) mis of bij een begrafenis, huwelijksvoltrekking of doopsel in een katholieke kerk.

Tegenover de kerk woonde heel oude mensen die een zoon hadden verloren, zo heette dat, die was dus overleden, ze waren hem niet ergens kwijtgeraakt. Er stonden overal foto’s van hem in huis. Als ze mij voorbij zagen fietsen, werd er hard op het raam geklopt. Of ik even binnen wilde komen en samen met ze zou willen bidden. Ik was per slot van rekening acoliet en dat hielp echt beter dan het gebed van de koster. Dus ik bad ernstig mee. Ze maakten er flink werk van. Dus hij moest echt uit het vagevuur worden gebeden. Vragen naar wat hij nou eigenlijk had gedaan, durfde ik niet. Want voor je wist ging het weer over de oorlog.

Waar gaat dit heen? In ieder geval het vagevuur uit. Want zo voelde ik me. Geen smaak, geen geur, blaffen als een hond en iedere normale functie werd op de proef gesteld.

Het eerste wat ik rook was groentesoep. Of althans ik rook de bittere geur van doorgekookte groentesoep. Ik zeg niet wie dat had gedaan, ik was er niet bij, ik lag boven maar alleen mijn vrouw was thuis. Groentesoep die lang staat te koken wordt heel naar. Terwijl in aan de rand van vagevuur lag, bedacht ik hoe het eigenlijk ook alweer moet. Zal ik het nog een keer vertellen? Waar haal je groentes vandaan? Nou, dat doet er niet toe, als het maar vers is. Zelf snijden, heel goed. Een vers zakje halen, het mag ook. Ik word mild na een tijdje branden.  Bleekselderij, prei, selderijblad, wortelen, bloemkool, broccoli, taugé, ui, paprika, tomaten, sperziebonen, erwten, knolselderij en bosui. Zoek maar wat uitHet ligt eraan welke groentesoep je gaat maken.

Goed, doe een klein, klein beetje vet, boter of olie in een hoge pan en kiep er de helft van je groentes in. Zet aan, oftewel, laat een klein beetje bakken, roeren, nog een beetje, tot je huis geurt. Dan mag er nu bouillon bij. Zes uur getrokken van botten is prima, maar een beetje slager heeft dat tegenwoordig al voor je gedaan. Nee, niet die potjes met die zoute een beetje van-meuk. Er zijn ook prachtige rundvleesblokjes, maar het is even zoeken. Ik vind altijd lekkere in de Ekoplaza of aanverwante winkels. Hoeveelheden, ach je weet het zelf wel. Die bouillon breng je aan de kook en dan draai je het vuur terug tot de bouillon rond de 90 graden hangt. Niet koken, zelfs niet pruttelen. Ruim een uur. Na dat uur, zeven. Gooi alle groentes weg. Die zijn leeg! In een andere pan zet je de rest van de groente aan. Inmiddels, daar heb je tijd zat voor gehad, heb je soepballen gedraaid. Van half-om-half gehakt, vers uit de slagersmolen. Alleen aanmaken met een beetje zout, een beetje peper en wat druppels worcestersaus. Doe de ballen in de bouillon, en de vers aangezette groentes ook, en breng aan de kook. Laat blub,-heel lang niets-blub garen. Dat gaat sneller dan je denkt. Maximaal 20 minuten. Zo en nu heb je groentesoep. Met een kommetje daarvan ga je naar je geliefden in het vagevuur en ze lopen zo met je mee, jouw hemel in...

Er moeten mensen zijn geweest die van me houden want langzaam kwam ik de hitte uit en op een koele dag liep ik weer buiten. De smaak en geur waren terug. Het verstand en geheugen verstopten zich nog en ik weet waarachtig niet hoever ze terug zijn. Maar wat je niet weet, weet je niet, toch? Blij dat ik weer bij jullie ben!